5 Module D: Instructie aerobatics en/of slepen van zweefvliegtuigen
Opleidingsdoel
Deze module heeft als doel om (kandidaat-)instructeurs op te leiden tot zweefvlieginstructeur voor aerobatics en/of slepen van zweefvliegtuigen.
Toelating en vrijstellingen
Deze module mag tegelijkertijd met (of na) de andere modules gedaan te worden.
De (kandidaat-)instructeur moet in het bezit zijn van de SPL-aantekening "Advanced aerobatic privilege " of "Sailplane Towing (TMG)" voordat die betreffende instructiebevoegdheid afgegeven kan worden.
Er zijn geen vrijstellingen mogelijk.
Theorie
Er zit geen theorie in deze module.
Samenvatting en structuur van de opleiding
De (kandidaat-)instructeur zijn/haar bekwaamheid aan een FIFI laten zien. De bekwaamheid wordt afgetekend op de progressiekaart (zie Appendix ...).
Er is geen maximale opleidingsduur gedefinieerd.
FI(S)-certificaat — Bevoegdheden en voorwaarden
- Mits kandidaat-instructeurs‡ voldoen aan punt SFCL.320 en onder de volgende voorwaarden, wordt een FI(S)-certificaat afgegeven met bevoegdheden om vlieginstructie te geven voor:
- ...
- bevoegdheden voor kunstvliegen op basis- of gevorderd niveau, wolkenvluchten met zweefvliegtuigen of het slepen van zweefvliegtuigen of banners, op voorwaarde dat de kandidaat-instructeur‡:
- in het geval van instructie voor kunstvliegen op basis- of gevorderd niveau, bevoegdheden bezit voor gevorderd kunstvliegen overeenkomstig punt SFCL.200, onder c); [→ advanced aerobatic aantekening in logboek]
- voor de relevante bevoegdheden of bevoegdverklaringen zijn of haar bekwaamheid heeft aangetoond om instructie te geven aan een FI(S) die gekwalificeerd is overeenkomstig het bepaalde onder a), punt 7, [→ FIFI] en wordt aangesteld door het hoofd opleiding van een ATO of DTO;