B.1 Papier
Indien wordt gekozen om de administratie op papier bij te houden, dan moet de administratie minstens het volgende bevatten:
- Algemene gegevens van de kandidaat-instructeur:
- Zie formulier C.1 Aanvraagformulier voor het Assessment of Competence
- Progressiekaart
- Zie formulier C.2 Progressiekaart
- Starts en vlieguren
-
Papier: zie formulier C.4 Starts en vlieguren
óf
-
Digitaal: startadministratie
-
De administratie moet 3 jaar na de laatste opleidingssessie worden bewaard [→ zie DTO.GEN.220(c)]. Ook dient de administratie alleen maar toegankelijk te zijn tot de personen die er recht op toegang tot de gegevens hebben (bijvoorbeeld een afgesloten kast) [→ zie DTO.GEN.220(d)].
Het hoofd opleiding (head of training) moet toezien op de voortgang van de studenten. Dit kan hij/zij alleen als die toegang heeft tot de administratie. Daarom is het raadzaam om de administratie op de trainingslocatie te bewaren.
De DTO moet ook volgens DTO.GEN.220(a)(3) de vervaldatums van de bevoegdverklaringen en medische certificaten bijhouden. Aangezien de DTO dit ook van de reeds bevoegde instructeurs moet bijhouden, wordt er aangeraden om dit op dezelfde manier te doen.
De progressiekaart van het SPL bevat meer oefeningen dan de progressiekaart in C.2 Progressiekaart Module A. De progressiekaartonderdelen, bijv. 2.6.12 Circuit, nadering en landing, mogen worden opgesplitst in sub-onderdelen.