2.4 Onderdeel 1: Theorieonderwijs
- Eisen theorieonderwijs
- minstens 30 uur
- voortgangstoetsen
Het theorieonderwijs bestaat uit 30 uur onderwijs en/of zelfstudie. Elke vak wordt afgesloten met een voorgangstest en die wordt op de progressiekaart afgetekend.
AMC1 SFCL.330(b) (b)(1)
b) INHOUD
...
- DEEL 1 — THEORIEONDERWIJS
De kandidaat-instructeur volgt voor de volgende vakken theorieonderwijs:
| vak | minimale duur theorieonderwijs en/of zelfstudie | |
|---|---|---|
| 1 | Luchtvaartwetgeving | 3 uur |
| 2 | Menselijke prestaties en beperkingen | 3 uur |
| 3 | Meteorologie | 4 uur |
| 4 | Communicatie | 2 uur |
| 5 | Beginselen van het zweefvliegen | 4 uur |
| 6 | Operationele procedures | 3 uur |
| 7 | Vliegprestaties | 4 uur |
| 8 | Algemene kennis van het zweefvliegtuig | 4 uur |
| 9 | Navigatie | 3 uur |
| Totaal | 30 uur |
Het theorieonderwijs kan worden gegeven door het volgen van een door een DTO verzorgde cursus en/of door zelfstudie.
De FIFI die een voortgangstoets afneemt mag niet het theorieonderwijs van het betreffende vak hebben gegeven.
De examenstof is hetzelfde als voor het SPL. De examenstof kan op de website van het STEBZ gevonden worden.
Het theorieonderwijs is bedoeld om de theoretische kennis te verbreden. De 30 uur die voor het theorieonderwijs en oefeningen (met inbegrip van voortgangstests) staat is zeer beperkt. Indien dit niet wordt uitgebreid, dan moet het onderwijs beperkt blijven tot de onderwerpen waarvan de ervaring leert dat daar een verbreding nodig is. Daarnaast hoeven onderwerpen die in meerdere vakken voorkomen maar in één vak behandeld te worden.
De voortgangstoetsen mogen door de DTO worden afgenomen, maar de kandidaat-instructeur kan ook deelnemen aan de centrale voortgangstoetsen van het CIZ. Bij de centrale voortgangstoetsen worden de volgende vakken tot één toets gecombineerd: 4 + 9 en 5 + 6 + 7.