Ga naar hoofdinhoud

2.7 Assessment of Competence (AoC)

  • Eisen AoC
    • Mondelingexamen
      • Klassikale briefing (max. 45 minuten)
      • Overhoring van de 8 theorievakken en de trainingsadministratie binnen een DTO
    • Praktijkexamen
      • Briefing voor de vlucht
      • Vlieginstructie
      • Debriefing

wetgeving
SFCL.320(e)

FI(S)-certificaat - Voorwaarden en eisen

Kandidaat-instructeurs voor een FI(S)-certificaat moeten: ...

  1. geslaagd zijn voor de Assessment of Competence overeenkomstig SFCL.345 [→ zie hieronder].
wetgeving
SFCL.345

FI(S) — Assessment of Competence

  1. Kandidaat-instructeurs voor de afgifte van een FI(S)-certificaat moeten slagen voor een Assessment of Competence door aan een examinator die gekwalificeerd is overeenkomstig punt SFCL.415, onder c), aan te tonen dat zij bekwaam zijn om een SPL-leerling* te instrueren tot het niveau dat vereist is voor de afgifte van een SPL.
  2. Die beoordeling omvat:
  1. het aantonen van de in SFCL.325 [→ zie 2.2 Opleidingsdoelen en competenties] beschreven vakbekwaamheid voor en na de vlucht en tijdens theorieonderwijs;
  2. mondelinge theorie-examens op de grond, briefings voor en na de vlucht en demonstraties tijdens de vlucht in zweefvliegtuigen;
  3. oefeningen die adequaat zijn om de vakbekwaamheid van de instructeur te beoordelen.
  1. De Assessment of Competence voor de eerste afgifte van een FI(S)-certificaat wordt uitgevoerd in zweefvliegtuigen, met uitzondering van TMG's.
wetgeving
AMC1 SFCL.345

FI(S) — Assessment of Competence (AoC)

ALGEMEEN

  1. Het formaat en aanvraagformulier voor de Assessment of Competence is vastgesteld door de bevoegde autoriteiten [→ ILT].
  2. Het zweefvliegtuig dat voor de beoordeling gebruikt wordt moet aan de eisen van een trainingsvliegtuig voldoen.
  3. De FE(S) treedt op als gezagvoerder.
  4. Tijdens de AoC zit de kandidaat-instructeur op de zitplaats waar normaal de instructeur zit. De FE(S) functioneert als de "SPL-leerling". De kandidaat-instructeur moet de relevante oefeningen kunnen uitleggen en moet zijn/haar manier van uitvoering aan de "SPL-leerling" demonstreren, waar mogelijk. Daarna voert de "SPL-leerling" dezelfde manoeuvre uit, waarbij het de typische fouten van een onervaren SPL-leerling kan bevatten. Er wordt verwacht dat de kandidaat-instructeur de fouten mondeling of, indien nodig, met fysiek ingrijpen corrigeert.
  5. Alle relevante oefeningen moeten binnen 6 maanden worden afgerond. Echter, alle oefeningen moeten, indien mogelijk, worden afgerond op dezelfde dag. In principe moet de gehele AoC overgedaan worden bij het falen van enig onderdeel, met de uitzondering van diegene die apart herhaald mogen worden. De FE(S) mag de AoC op elk moment afbreken indien hij/zij herkansing van de AoC nodig acht.
wetgeving
AMC2 SFCL.345

FI(S) —Assessment of Competence (AoC)

INHOUD VAN DE ASSESMENT OF COMPETENCE

  1. De inhoud van een assessment of competence voor de FI(S) zou als volgt moeten zijn:
DEEL 1: MONDELING THEORETISCHE KENNIS EXAMEN
1.1Luchtvaartwetgeving
1.2Algemene kennis van het zweefvliegtuig
1.3Vliegprestaties en planning
1.4Menselijke prestaties en beperkingen
1.5Meteorologie
1.6Navigatie
1.7Operationele procedures
1.8Beginselen van het zweefvliegen
1.9Trainingsadministratie
DEEL 2: BRIEFING VOOR DE VLUCHT
2.1Visuele presentatie
2.2Technische nauwkeurigheid
2.3Duidelijkheid van de uitleg
2.4Duidelijkheid van de stem
2.5Instructietechniek
2.6Het gebruik van modellen en hulpmiddelen
2.7Leerlinginteractie
DEEL 3: VLUCHT
3.1Voorbereiding van demonstratie
3.2Overeenkomst tussen spraak en demonstratie
3.3Correctie van fouten
3.4Vliegtuighandeling
3.5Instructietechniek
3.6Algemeen vliegerschap en veiligheid
3.7Positie en gebruik van het luchtruim
DEEL 4: BRIEFING NA DE VLUCHT
4.1Visuele presentatie
4.2Technische nauwkeurigheid
4.3Duidelijkheid van de uitleg
4.4Duidelijkheid van de stem
4.5Instructietechniek
4.6Het gebruik van modellen en hulpmiddelen
4.7Leerlinginteractie
  1. Deel 1, het mondeling theoretische kennisexamen dat onderdeel is van de Assessment of Competence, is verdeeld in twee delen:
  1. De kandidaat-instructeur moet onder examencondities een lezing geven aan andere 'leerling(en)', waarvan er één de FE(S) zal zijn. De proeflezing moet worden geselecteerd uit de items van deel 1. De hoeveelheid tijd voor de voorbereiding van de proeflezing wordt vooraf overeengekomen met de FE(S). De kandidaat mag geschikte literatuur gebruiken. De proeflezing mag niet langer duren dan 45 minuten.
  2. De kandidaat-instructeur wordt mondeling getest door een FE(S) op kennis van items van deel 1 en de kerncompetenties van instructeurs (instructietechniek onderdeel [→ 2.5 Onderdeel 2: Instructietechniek (didactiek)] zoals gegeven in de FI(S)-opleiding).
  1. Deel 2, 3 en 4 omvatten oefeningen om het vermogen aan te tonen om een FI(S) te zijn (bijvoorbeeld instructeur demonstratieoefeningen) gekozen door de FE(S) uit de vluchtsyllabus van de FI(S)-opleiding. De kandidaat-instructeur moet aantonen dat hij/zij over FI(S)-vaardigheden beschikt, waaronder briefing, vlieginstructie en debriefing.
wetgeving
AMC3 SFCL.345

FI(S) — Assessment of Competence (AoC)

AANVRAAGFORMULIER EN BEOORDELINGSFORMULIER VOOR HET FI(S) ASSESMENT OF COMPETENCE

[→ het aanvraagformulier staat in Appendix C.1 Aanvraagformulier voor het Assessment of Competence]

[→ het beoordelingsformulier staat op de website van ILT]