Ga naar hoofdinhoud

2.3 Toelating, vrijstellingen en instroomprocedures

richtlijnen
AMC1 DTO.GEN.230 (a)(2)

De toelatingsproef moet vooraf aan de instructeursopleiding gedaan worden. Aan de exameneisen hoeft pas te worden voldaan bij het AoC.

2.3.1 Toelatingsproef

  • Beoordeling kandidaat-instructeur:
    • maximaal 12 maanden voor de start van de opleiding
    • bestaat uit interviews en/of proef tijdens gesimuleerde trainingssessie
wetgeving
SFCL.330(a)

FI(S) – Opleidingscursus

  1. Kandidaat-instructeurs voor een FI(S)-certificaat moeten eerst slagen voor een specifieke toelatingsproef aan een ATO of DTO, die tijdens de twaalf maanden voor de start van de opleiding wordt afgenomen om te beoordelen of de kandidaat-instructeur geschikt is om de opleiding te volgen.
  2. ...

wetgeving
AMC1 SFCL.330(a)

Toelatingsproef

De inhoud van de toelatingsproef moet worden bepaald door de ATO of DTO, waarbij de ervaring van een betreffende kandidaat-instructeur in acht genomen wordt. Het mag bestaan uit interviews en/of een proef tijdens een gesimuleerde trainingssessie.

2.3.2 Vrijstellingen

wetgeving
SFCL.330(c-d)

FI(S) – Opleidingscursus

    ...

  1. Kandidaat-instructeurs die reeds houder zijn van een certificaat van instructeur overeenkomstig bijlage III (deel‐BFCL) bij Verordening (EU) 2018/395 of bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, worden volledig vrijgesteld van de eisen onder b), punt 1, ii). [→ 25 uur instructietechniek]
  2. Wanneer een piloot die houder is of is geweest van een FI(A), (H) of (As) een FI(S)-certificaat aanvraagt, wordt hij of zij vrijgesteld van 18 van de onder b), punt 1, iii), vereiste uren. [→ 30 uur theorieonderwijs en oefeningen, dus 12 uur blijft over]

2.3.3 Wisselen van DTO

richtlijnen

Kandidaat-instructeur wisselt tijdens FI(S) opleiding van DTO – hetzelfde trainingsprogramma of het trainingsprogramma van de Commissie Instructie Zweefvliegen van de KNVvL

Voor kandidaat-instructeurs die van een andere DTO komen en die dit of het trainingsprogramma van de Commissie Instructie Zweefvliegen gebruiken geldt het volgende:

De DTO van wie de kandidaat-instructeur afkomstig is, dient een conformiteitsverklaring of een certificaat af te geven, waarmee die DTO heeft aangegeven dit of het trainingsprogramma van de Commissie Instructie Zweefvliegen te volgen. Indien dat het geval is, kan de opleiding worden voortgezet aan de hand van het werkboek die de kandidaat-instructeur over dient te dragen.
richtlijnen

Kandidaat-instructeur wisselt tijdens FI(S) opleiding van DTO – ander trainingsprogramma

Voor kandidaat-instructeurs die met behulp van een ander trainingsprogramma binnen het SFCL-opleidingsstramien deels zijn opgeleid door een ATO of DTO die goedkeuring heeft om de opleiding voor zweefvlieginstructie te verzorgen, geldt dat deze, net als nieuwe kandidaat-instructeurs, het complete werkboek moeten afwerken. Wel worden de eerder gemaakt starts en uren gecrediteerd voor de opleiding.

2.3.4 Exameneisen kandidaat-instructeur

  • Exameneisen kandidaat-instructeur voor zweefvliegtuigen:
    • Minimale leeftijd 18 jaar
    • 100 uur en 200 starts als gezagvoerder
    • Voor FI(S) slepen: minimaal 30 sleepstarts
    • Voor FI(S) lieren: minimaal 50 lierstarts
wetgeving

SFCL.320(a-c), SFCL.300(a)(1)(i), SFCL.300(a)(2)
FI(S)-certificaat — Voorwaarden en eisen

Kandidaat-instructeurs voor een FI(S)-certificaat moeten:

  1. ten minste 18 jaar zijn;
  2. voldoen aan de eisen
  1. in het bezit is van een SPL met de bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten waarvoor hij of zij vlieginstructie dient te geven; en
  2. bevoegd is om tijdens de vlieginstructie te handelen als PIC van het zweefvliegtuig;
  1. 100 vlieguren en 200 starts hebben uitgevoerd als PIC op zweefvliegtuigen;
  2. aan een ATO of DTO een opleidingscursus voor instructeurs hebben gevolgd overeenkomstig punt SFCL.330 [→ zie paragraaf 2.6 Module A: Opleidingscursus], en
  3. geslaagd zijn voor de beoordeling van de vakbekwaamheid overeenkomstig SFCL.345 [→ Assessment of Competence (AoC)].
richtlijnen

Aan deze eisen hoeft pas te worden voldaan op het moment van het AoC. De vlieguren en starts die de kandidaat-instructeur tijdens zijn/haar solistenperiode heeft gemaakt, tellen ook mee om te voldoen aan eisen.

wetgeving
SFCL.315(a)(3)

FI(S)-certificaat — Bevoegdheden en voorwaarden

  1. Mits kandidaat-instructeurs voldoen aan punt SFCL.320 en onder de volgende voorwaarden, wordt een FI(S)-certificaat afgegeven met bevoegdheden om vlieginstructie te geven voor:
  2. ...

  1. startmethoden overeenkomstig punt SFCL.155 [→ startmethodes], op voorwaarde dat de kandidaat-instructeur als PIC het volgende heeft uitgevoerd:
  1. in het geval van starten door slepen, ten minste 30 starts, of
  2. in het geval van starten middels een lier, ten minste 50 starts;