1.2 Opleiding tot zweefvlieginstructeur
De opleiding tot zweefvlieginstructeur bestaat uit verschillende delen.
Module A: Opleidingscursus
Voordat de kandidaat-instructeur met de opleiding tot zweefvlieginstructeur mag beginnen, moet die een [→ 2.3.1 Toelatingsproef] doen. De opleiding bestaat uit 3 onderdelen die door elkaar mogen worden gedaan:
- [→ 2.4 Onderdeel 1: Theorieonderwijs] minstens 30 uur met voortgangstoetsen
- [→ 2.5 Onderdeel 2: Instructietechniek (didactiek)] minstens 25 uur
- [→ 2.6 Onderdeel 3: Vlieginstructie] minstens 6 uur of 20 starts
Module A wordt afgesloten met een [→ Assesment of Competence (AoC)]; oftewel een instructeursexamen. Na een geslaagd AoC mag de kandidaat-instructeur een SPL met daarop het certificaat “FI(S) restricted” aanvragen.
Module B: Instructie onder toezicht
In module B wordt er instructie gegeven onder toezicht van een niet-restricted instructeur. Er moeten in deze module minstens 15 uur of 50 starts zweefvlieginstructie gemaakt worden. Daarna mag een nieuw SPL worden aangevraagd, waarbij het “restricted” eraf is gehaald. Deze module maakt geen onderdeel uit van het trainingsprogramma. Meer informatie over deze module kan gevonden worden op [→ 3 Module B: Instructie onder toezicht]
Module C: TMG-instructie
Deze module is optioneel. Het mag zowel tijdens module A en/of B doorlopen worden, maar ook daarna. Zie [→ 4 Module C: TMG-instructie].
Module D: Instructie aerobatics en/of slepen van zweefvliegtuigen
Deze module is optioneel. Het mag zowel tijdens module A en/of B doorlopen worden, maar ook daarna. Zie [→ 5 Module D: Aerobatics/slepen van zweefvliegtuigen].
Module E: Instructie voor vlieginstructie (FIFI)
Deze module is optioneel. Deze module kan pas voltooid worden na module B én 50 uur of 150 starts zweefvlieginstructie. Zie [→ 6 Module E: FIFI].