Ga naar hoofdinhoud

2.6.10 Vrille (tolvlucht)

wetgeving
AMC1 SFCL.330(b) (b)(2)(v) Oefening 10a

Oefening 10a: Herkennen en voorkomen van een vrille

  1. Doel
    De kandidaat-instructeur adviseren over hoe het vermogen van een SPL-leerling te verbeteren om een vrille in de beginnende fase te herkennen en te herstellen. Bovendien moet de kandidaat-instructeur leren hoe hij fouten van SPL-leerlingen kan identificeren en hoe deze correct te corrigeren.
  2. Briefing
    De kandidaat-instructeur legt uit:
  1. waarom een zweefvliegtuig vrilles maakt;
  2. hoe de signalen van een vrille te herkennen (niet te verwarren met een spiraalduik);
  3. welke factoren de vrille beïnvloeden; en
  4. hoe een vrille te herstellen.
  1. Vliegoefening
    Voordat de oefening wordt gestart, moet de kandidaat-instructeur controleren of het luchtruim onder het zweefvliegtuig vrij van andere vliegtuigen of verkeer is.
    De kandidaat-instructeur moet:
  1. overtrek en herstel van een vrille in de beginnende fase demonstreren (overtrek met een vleugel die ongemeen wegvalt, ongeveer 45°);
  2. zorgen dat de SPL-leerling het begin van de vrille herkent;
  3. zorgen dat de SPL-leerling in staat is om de vrille te herstellen;
  4. controleren of de SPL-leerling correct blijft handelen als de instructeur afleidingen veroorzaakt tijdens het inzetten van de vrille;
  5. demonstreren hoe, indien nodig, fouten te herkennen en te corrigeren.

    Opmerking: Rekening houdend met de manoeuvreerlimieten en de noodzaak om de verwijzen naar het vlieghandboek en gewichts- en zwaartepuntsberekeningen.
  1. Debriefing
wetgeving
AMC1 SFCL.330(b) (b)(2)(v) Oefening 10b

Oefening 10b: Ontwikkelde vrille: inzetten en herstel

  1. Doel
    De kandidaat-instructeur adviseren over hoe een ontwikkelde vrille te herkennen en te herstellen. Bovendien moet de kandidaat-instructeur leren hoe hij fouten van SPL-leerlingen kan identificeren en hoe deze correct te corrigeren.
  2. Briefing
    De kandidaat-instructeur legt uit:
  1. het inzetten van een vrille;
  2. de signalen van een echte vrille en het herkennen en bepalen van de draairichting;
  3. het herstel van de vrille;
  4. het gebruik van de stuurorganen;
  5. het effect van flaps (kistafhankelijke flaplimieten);
  6. het effect van de zwaartepuntsligging op de vrille-eigenschappen;
  7. vrilles vanuit verschillende neusstanden;
  8. de limieten van het zweefvliegtuig;
  9. veiligheidsprocedures; en
  10. de gebruikelijke fouten tijdens het herstel.
  1. Vliegoefening
    Voordat de oefening wordt gestart, moet de kandidaat-instructeur controleren of het luchtruim onder het zweefvliegtuig vrij van andere vliegtuigen of verkeer is.
    De kandidaat-instructeur moet demonstreren:
  1. veiligheidsprocedures;
  2. het inzetten van een vrille;
  3. het herkennen en bepalen van de draairichting;
  4. het herstel van de vrille (verwijzend naar het vlieghandboek);
  5. het gebruik van de stuurorganen;
  6. het effect van flaps (kistafhankelijke flaplimieten);
  7. vrilles en herstel vanuit verschillende neusstanden;
  8. hoe het vermogen van een SPL-leerling te verbeteren om een vrille te herkennen en te herstellen; en
  9. hoe, indien nodig, fouten te herkennen en te corrigeren.
  1. Debriefing
tips & adviezen

Handboek Zweefvlieginstructeur [→ zie 1.3 Instructiemateriaal]

  • EVO Oefening 17 "Vrille (vlak voor de vrille gedrag)"
  • VVO Oefening 4 "Vrille (tolvlucht)"

Zweefvliegopleiding.nl

  • EVO 4.24 Ongewone vliegstanden, spiraalduik en tolvlucht
  • VVO 4 Massa en zwaartepunt
  • VVO 4.4 Tolvlucht, inzetten en herstel
EVO Oefening 17 — Vrille (vlak voor de vrille gedrag)
tips & adviezen

EVO Oefening 17 — Vrille (vlak voor de vrille gedrag)

Theoretische kennis EVO 4.20 en 4.19A
Instructie Zweefvliegen 4.24, 4.23 en 4.25

Briefing

  • Wat is een vrille.
  • Vooraf: Voorgeschreven Handelingen.
  • Correctiemethode.
  • Rolroer werkt averechts.
  • Vertellen wat tijdens de vlucht gedaan zal worden.
  • Het gaat eigenlijk om twee onderdelen: Vrille (bijna) voorkomen en herstellen.

Vlucht

  • Hoogte om te beginnen minimaal 500 meter. Eerst voorgeschreven handelingen (zie oefening overtrek) doen.
  • Vliegtuig in toestand voor asymmetrische overtrek brengen: langzaam snelheid eruit trekken, tegen het overtrekken aan voeten geven en knuppel naar achteren. Voeten erin houden zolang de draaiing moet doorgaan.
  • Er weer uithalen (hardop zeggen wat je doet) leerling even bij laten komen en dan zelf eens laten proberen.
  • Er zijn andere manieren om een vliegtuig in een vrille te brengen, maar in principe wordt de EVO als basis gebruikt.

Debriefing

Kans op vrille hangt af van zwaartepuntsligging: hoe voorlijker hoe kleiner. Als het zwaartepunt te ver naar achter ligt (piloot onder minimum gewicht), kan vrillecorrectie onmogelijk worden. Als het zwaartepunt ver naar voren ligt, is het soms onmogelijk de kist in een vrille te krijgen.

Achtergronden

Situaties die een vrille kunnen uitlokken:

  • In de thermiek.
  • In poging botsing te vermijden.
  • Tijdens turbulentie bij bergvliegen.
  • Te langzaam vliegen en schuiven in lage bochten.

Observatie

  • Te laag.
  • Boven andere kisten.
  • Lood vergeten (mass en balance).

Voorbeeldbriefing

Een vrille (NL: tolvlucht) is een situatie waarin een vleugel nog enigszins vliegt en de andere volledig overtrokken is. Het vliegtuig maakt een tollende beweging om de overtrokken vleugel en draait om zijn langsas. Er ontstaat een lage neusstand. Je hebt dan de neiging om te gaan trekken. Dat is absoluut verkeerd want dat bevordert de overtrek. Je moet zelfs de knuppel wat naar voren brengen. Een vrille ziet er eng uit, maar is niet erg gevaarlijk mits: het niet op lage hoogte gebeurt en mits men de juiste (gemakkelijke) correctieprocedure uitvoert. Een vrille op geringe hoogte is gevaarlijk omdat het herstel meestal 50 meter of meer kost. Ook boven een andere kist in de thermiek is het vanzelfsprekend gevaarlijk. Een vrille ontstaat meestal door een overtrek waarbij voeten wordt gegeven maar kan ook in turbulentie ontstaan of in een langzame schuivende bocht. Dit laatste ontstaat helaas vaak als mensen te laag op circuit zitten en de finalbocht niet goed (=schuivend) vliegen.

Corrigeren van een vrille:

  1. Eerst voeten tegen de draaiing in geven.
  2. Daarna knuppel naar voren (geen rolroer geven).
  3. Als de vrille gestopt is kist beheerst uit de dan ontstane duik optrekken. Als de snelheid te hoog wordt kleppen gebruiken.

Niet proberen de draaiing met rolroer te stoppen, de ene vleugel is al overtrokken, door de extra rolroer uitslag wordt dat alleen maar sterker.

De ASK-21 is niet vrillegevoelig; veel prestatie-eenzitters zijn dat echter wel.

De leerling hoeft hem niet zelf in een vrille te brengen, instructeur brengt hem erin, doet voor hoe je eruit komt en daarna mag de leerling de herstel zelf proberen.

VVO Oefening 4 — Vrille (Tolvlucht)
tips & adviezen

VVO Oefening 4 — Vrille (Tolvlucht)

Theoretische kennis VVO 2.4
Instructie Zweefvliegen 4.25

Briefing

Wijs de leerling op het verschil van de tolvlucht (overtrokken toestand) en de spiraalduik (gevlogen figuur) en de consequenties voor de wijze van herstel. De oefening overtrek is al diverse malen gedaan en dient voornamelijk om de signalen te leren herkennen om een onbedoelde tolvlucht te voorkomen. Deze oefening Vrille wordt uitgevoerd om de leerling kennis te laten maken met de ongebruikelijke vliegstanden van het vliegtuig. Belangrijk is dat een leerling de herstelprocedure beheerst wanneer het onbedoeld in een vrille terecht komt.

Wijs de leerling op het gevaar van te laat reageren, waardoor de tolvlucht over kan gaan in een spiraalduik. In een spiraalduik is zeer snel reageren belangrijk, omdat de snelheid van het vliegtuig snel kan oplopen.

Vlucht

Afhankelijk van de omstandigheden is deze vlucht te combineren met enkele van de lessen 1 t.m. 6. Minimale hoogte waarop een vrille geoefend mag worden is 500 meter (APOS!). De leerling is niet verplicht de vrille ook solo te oefenen.

Achtergrond

In tegenstelling tot de EVO moet de leerling het vliegtuig ook in een vrille kunnen brengen en er uit halen. Omdat de leerling deze vlucht alleen mag gaan uitvoeren is extra aandacht voor Mass & Balance van belang.

Debriefing

Let op of de leerling voldoende aandacht besteedt aan de uitkijkprocedure. Veel voorkomende fouten zijn:

  • Er wordt onvoldoende snel gereageerd.
  • Overcorrectie met de voeten (niet op tijd terug), zodat vrille overgaat in de andere richting.
  • Rolroeren niet neutraal gehouden of gebracht.
  • Knuppel wordt niet rechtstandig naar voren gedaan.
  • Leerling weet de maximale snelheid niet.
  • Leerling laat snelheid te hoog oplopen in de duikvlucht na eerste herstelactie.