2.6.16 Buitenlanden
Oefening 16: Buitenlanden
Opmerking: Indien de weerscondities tijdens de instructeursopleiding het niet toelaten om buitenlandingen procedures in de praktijk te trainen, dan hoeven alle onderdelen van de vliegoefeningen alleen in een lange briefing te worden besproken en uitgelegd. Instructeurs mogen alleen buitenlandingsoefening onderwijzen indien ze hebben gedemonstreerd dit veilig te kunnen doen.
- Doel
De kandidaat-instructeur bijbrengen in hoe SPL-leerlingen te leren om een buitenlandingsveld te kiezen, het circuit te vliegen en de ongewone landingssituatie onder de knie te krijgen. Bovendien moet de kandidaat-instructeur leren hoe hij fouten van SPL-leerlingen kan identificeren en hoe deze correct te corrigeren. - Briefing
De kandidaat-instructeur legt uit:
- het glijbereik bij maximale glijhoek;
- de motor herstart procedure (alleen voor zelfstarters of zweefvliegtuigen met een thuisbrenger/turbo);
- de selectie van een landingsgebied;
- het inschatten van het circuit en de belangrijkste punten;
- de circuit- en naderingsprocedures; en
- de acties die na de landing gedaan moeten worden.
- Vliegoefening
De kandidaat-instructeur moet demonstreren:
- doellandingen op het vliegveld;
- het glijbereik;
- de procedures voor het aanmelden, naderen en circuit op een ander vliegveld;
- de selectie van buitenlandingsvelden;
- de procedures voor een circuit en nadering op een buitenlandingsveld;
- de acties die na de landing gedaan moeten worden.
De kandidaat-instructeur moet ook getraind worden op: - hoe de SPL-leerling bij te brengen om een veilige buitenlanding uit te voeren;
- hoe een ongewone landingssituatie onder de knie te krijgen; en
- hoe, indien nodig, fouten te herkennen en te corrigeren.
- Debriefing
Zweefvliegopleiding.nl
- EVO 4.27 Geïmproviseerd circuit
- VVO 4.10 Vliegen met afgeplakte instrumenten
- VVO 4.19 Veldkeuze en buitenlanden
- VVO 4.26 Landen in heuvelachtig terrein
EVO Oefening 20 — Laag circuit/geïmproviseerd circuit
Bron: Handboek Zweefvlieginstructeur [→ zie 1.2 Instructiemateriaal]
EVO Oefening 20 — Laag circuit/geïmproviseerd circuit
Theoretische kennis EVO 4.23
Instructie Zweefvliegen 4.26, 4.27 en 5.45 (ingeval van slepen: 4.15.5.1)
Evenals de kabelbreuk met verkort circuit kan deze oefening het bedrijf ernstig vertragen. De oefening is gevaarlijk als er tegelijkertijd gestart wordt. Let goed op dat deze situatie niet ontstaat. Deze oefening is een van de "eisen" voor solo gaan. Doel van de oefening is de leerling zo realistisch mogelijk te laten beleven hoe het is om laag te zitten en hoe dit opgelost moet worden. Thermisch weer is niet geschikt voor deze oefening omdat de boel door onverwacht stijgen of dalen danig in de war kan worden gestuurd. Licht de veldleider in en houdt rekening met anderen.
Briefing
Niet van toepassing. In wezen is de briefing voor deze oefening onderdeel van de circuitbriefing. Kondig eventueel de oefening aan waarmee de leerling straks in een te lage situatie zal worden gebracht.
Vlucht
Leid de aandacht van de leerling af van hoogtemeter en circuit. Een goede methode is oefening steile bochten gecombineerd met oefening naar buiten kijken op enige afstand van het aanknopingspunt. Ook de oefening vrille is geschikt. Wuif eventuele bezwaren van de leerling dat hij te laag zit luchtig weg.
Als je in de situatie bent gekomen waarbij het aanknopingspunt niet meer gehaald kan worden wordt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de situatie expliciet bij de leerling gelegd. Zeg hem hetgeen hij geleerd heeft toe te passen (N.B. bij een goede circuitbriefing is gezegd dat bij bijzondere omstandigheden moet worden afgeweken). Geef echter geen enkele hint af te wijken voordat het echt niet meer uitgesteld kan worden. Kaats vragen als "wat moet ik nu doen?" terug zolang dat nog verantwoord kan. Bedoeling is de leerling de stress van laag zitten zo reëel mogelijk te laten meemaken. Grijp (verbaal) in als de leerling het circuit te lang blijft volgen of begeleid hem als hij zelf tot het besluit komt om af te wijken. Controleer of de leerling de downwindchecks uitvoert. Let goed op andere kisten en op eventuele startplannen. Houd altijd rekening met dit laatste en plan een landing op een kruisende baan voor het geval dat nodig is.
Debriefing
Vertel dat de leerling met opzet in deze situatie werd gebracht, prijs hem alsnog als hij tijdig door had dat hij in een lage situatie werd gemanoeuvreerd.
Vertel het doel van de oefening: Voorkomen van het plichtmatig afvliegen van het circuit als dat niet meer kan. Prent de leerling in dat het zijn verantwoordelijkheid is om: 1. dit soort situaties te voorkomen en 2. als het toch gebeurt, tijdig af te wijken en in het uiterste geval: buitenlanden. Mogelijke fouten: circuit afvliegen, te langzaam vliegen, slippen en schuiven in de laatste bochten, vooral te weinig helling.
Beweer dat de instructeurs het altijd zien als iemand zijn circuit te laag afvliegt om te verhullen dat hij te laag op aanknopingspunt zat. Dit is een ernstiger fout dan alleen maar te laag zitten.
Breng ook in herinnering dat bij de check 'startplaats en luchtruim voor en boven vrij' ook gekeken moet worden of iemand bezig is een laag circuit te vliegen.
Wijs vooral met veel nadruk op het belang van het controleren van de snelheid direct na het bijprikken en van extra aandacht bij het maken van bochten op lage hoogte.
Achtergronden
Zie briefing circuit.
VVO Oefening 11 — Vliegen met afgedekte instrumenten
Bron: Handboek Zweefvlieginstructeur [→ zie 1.2 Instructiemateriaal]
VVO Oefening 11 — Vliegen met afgedekte instrumenten
Theoretische kennis VVO 2.10
Instructie Zweefvliegen 5.4.3
Briefing
Het gaat bij deze oefening om het vliegen met een afgedekte snelheidsmeter en hoogtemeter. Het doel is om de leerling te leren dat hij de snelheid en hoogte ook bij benadering kan weten door externe factoren tijdens de vlucht. De snelheid kan hij weten door het windgeruis en de hoogte van de horizon in de kap en de hoogte kan hij weten door de hoeken en afstanden t.o.v. het landingsveld.
Vertel de leerling dat de reden van deze oefening ook is omdat tijdens lange vluchten of vluchten over een grote afstand de luchtdruk sterk kan wijziging. Als de luchtdruk daalt, zal de hoogtemeter meer hoogte gaan aangeven. Ook dan zal een juist circuit gevlogen moeten worden en is het schatten van de hoogte, zonder hulp van de hoogtemeter een erg nuttige oefening.
Vlucht
Laat de leerling tijdens het vliegen de normale vliegstand eerst goed aftrimmen. Laat hem daarna verschillende snelheden vliegen. Geef hem op hoogtes onder de 500 meter de opdracht om de hoogte in te schatten. Laat hem zelf het aanknopingspunt opzoeken en vertel hem hoe veel hoger of lager dan de juiste hoogte hij begonnen is aan het circuit.
Noteer enkele malen tijdens de vlucht de werkelijke hoogtes en snelheden en de door de leerling ingeschatte hoogtes en snelheden. Dit is handig bij de evaluatie. Vanaf checkpunt wordt de vlucht altijd gevlogen met hoogte- en afstandschatting; daarom hoeven er vanaf dat moment geen hoogtes meer te worden afgeroepen.
Debriefing
Vertel de leerling pas na de vlucht hoe op diverse punten zijn schattingen waren.
De leerling hoeft de hoogtes en snelheden niet exact goed te hebben, zij dienen voldoende accuraat te zijn voor een veilige vluchtuitvoering zonder instrumenten.
VVO Oefening 13 — Aangepast (geïmproviseerd) circuit
Bron: Handboek Zweefvlieginstructeur [→ zie 1.2 Instructiemateriaal]
VVO Oefening 13 — Aangepast (geïmproviseerd) circuit
Theoretische kennis EVO 4.23
Instructie Zweefvliegen 5.4.5 en 6.4.3.8
Briefing
Evenals de kabelbreuk met verkort circuit kan deze oefening het bedrijf ernstig vertragen. De oefening kan tot gevaarlijke situaties leiden als er tegelijkertijd wordt gestart. Let goed op dat deze situatie niet ontstaat. Doel van de oefening is de leerling zo realistisch mogelijk te laten beleven hoe het is om laag te zitten en hoe dat opgelost moet worden. Thermisch weer is niet geschikt voor deze oefening omdat de boel door onverwacht stijgen of dalen danig in de war kan worden gestuurd. Licht de startofficier in en houdt rekening met anderen.
Een briefing met de leerling is niet echt van toepassing. In wezen is de briefing voor deze oefening onderdeel van de circuitbriefing. Kondig eventueel de oefening aan dat de leerling straks in een te lage situatie zal worden gebracht.
Vlucht
Leid de aandacht van de leerling af van hoogtemeter en circuit. Een goede methode is de oefening steile bochten gecombineerd met de oefening naar buiten kijken op enige afstand van het aanknopingspunt. Wuif eventuele bezwaren van de leerling dat hij te laag zit luchtig weg.
Als je in de situatie bent gekomen waarbij behoorlijk afwijken van het circuit nodig zal zijn wordt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de situatie expliciet bij de leerling gelegd. Zeg hem datgene wat hij geleerd heeft toe te passen. Geef echter geen enkele hint af te wijken voordat het echt niet meer uitgesteld kan worden. Kaats vragen als "wat moet ik nu doen?" terug zolang dat nog verantwoord kan. Bedoeling is de leerling de stress van laag zitten zo reëel mogelijk mee te laten maken. Coach de leerling als hij het circuit te lang blijft volgen of begeleid hem als hij zelf tot het besluit komt om af te wijken. Let goed op andere kisten en op eventuele startplannen. Houd altijd rekening met dit laatste.
Debriefing
Vertel de leerling dat hij met opzet in deze situatie werd gebracht en prijs hem alsnog als hij tijdig door had dat hij in een lage situatie werd gemanoeuvreerd.
Vertel wat het doel is van deze oefening: het voorkomen van het plichtmatig afvliegen van het circuit als dat niet meer kan. Prent de leerling in dat het zijn verantwoordelijkheid is om dit soort situaties te voorkomen en als deze toch optreden tijdig af te wijken en in het uiterste geval een buitenlanding te maken.
Mogelijke fouten zijn:
- Het circuit afvliegen.
- Te langzaam vliegen.
- Checks vergeten.
- Slippen en schuiven in de laatste bochten.
Beweer dat de instructeurs het altijd zien als iemand zijn circuit te laag afvliegt om te verhullen dat hij te laag op aanknopingspunt zat. Dit is een ernstiger fout dan alleen maar te laag zitten.
Breng ook in herinnering dat bij de check 'startplaats en luchtruim voor en boven vrij' ook gekeken moet worden of iemand bezig is een laag circuit te vliegen.
Spreek af met de startplaats dat anderen niet starten tijdens deze oefening. Laat de vleugeltip van de geparkeerde zweefvliegtuigen neer leggen zodat duidelijk is dat niet zal worden gestart.
VVO Oefening 14 — Overland circuit
Bron: Handboek Zweefvlieginstructeur [→ zie 1.2 Instructiemateriaal]
VVO Oefening 14 — Overland circuit
Theoretische kennis VVO 6.2
Instructie Zweefvliegen 5.4.5 en 6.4.3.8
Briefing
Deze oefening dient als voorbereiding voor een ooit uit te voeren buitenlanding. De essentie is dat de leerling een aangepast circuit leert vliegen, waarbij niet op de aanwijzing van de hoogtemeter wordt vertrouwd, maar dat hoogtes worden geschat, net als afstanden tot de landingsplaats. Hierbij zijn de geschatte hoeken van groot belang. Kies het circuit aan de lijzijde, zodat je opstuurt met de neus naar het landingsveld.
Wijs de leerling op het feit dat er ook obstakels kunnen zijn voor de landing. Dan is het beter een zodanig daalhoek te kiezen dat in een rechte lijn (met constante kleppen) aangevlogen kan worden voor de landing, dan laag over het obstakel heen te vliegen en daarna met vol kleppen te landen. De parameters veranderen dan ineens en dat kan de vlieger in de problemen brengen. De planning moet dus gericht zijn op een landing met een goede daalhoek.
Vlucht
Vertel de leerling welk overlandcircuit je van hem verwacht en geef geen vaste punten op de grond aan, maar wijs met nadruk op het schatten van hoogtes, afstanden en hoeken.
Debriefing
De afwijkende vorm van het circuit kan al zoveel extra stress geven, dat de leerling zaken fout doet, die hij anders goed doet. Ook nu is het schattingsverhaal van hoogtes, afstanden, hoeken weer heel essentieel.
NB: juist bij echte overlands wordt vaak een veel te nauw circuit gevlogen, wat vaak geleid heeft tot een kraak. Misschien is het goed i.h.k.v. training om op een minder gebruikelijke plaats te landen of het circuit daarop te laten richten.